BivT: 'Streven naar het hoogste niveau is nu beloond'

Binnen het BivT is met veel enthousiasme gereageerd op de erkenning. Het instituut staat ook positief tegen de steeds sterker wordende roep binnen de complementaire zorg om professionalisering van de opleidingen.
 
René Veraar: “De nieuwe eisen geven voor de complementaire zorgverleners en voor de reguliere organisaties een duidelijker beeld van het niveau waarop gewerkt moet worden. Standaardisatie is goed voor de professionele ontwikkeling binnen de complementaire zorg, waardoor er meer mogelijkheden bestaan tot samenwerking en uitwisseling van kennis.”
 
Kritische noot
 
Hij plaatst nog wel een kritische noot. “De laatste jaren was er veel onduidelijkheid en waren er veel te weinig contacten met de opleidingsinstituten over de te volgen mogelijkheden. Er zou volgens ons veel meer communicatie en samenwerking moeten komen om zowel opleidingen, bijscholingen als beroepsverenigingen en koepelorganisaties te professionaliseren. Te lang waren er te veel kapiteins op het schip.”
 
De BivT-directeur constateert bovendien dat er geen enkele onafhankelijk partij is die toezicht houdt op de onafhankelijkheid van organisaties, die accreditaties toekennen. “Waar kan een instituut bijvoorbeeld terecht om een objectieve reactie te verkrijgen bij klachten? We hopen dat dit in de toekomst nog wordt opgepakt.”
 
Doel
 
Het Bijscholing instituut voor Therapeuten (BivT) is begin 2004 opgericht door René Veraar (psycholoog en hypnotherapeut). Hij wilde daarmee vooral bijscholingen faciliteren die gericht zijn op praktijkprofessionalisering voor professionals, die werkzaam zijn binnen de complementaire zorgverlening. “Het doel hiervan was en is ook reguliere hulpverleners geïnteresseerd te krijgen om beide disciplines meer en meer kennis van elkaar te laten verkrijgen. Samenwerking is hierin het grootste doel”, voegt hij daar aan toe.
 
René Veraar vertelt over de ontwikkelingen gedurende de afgelopen tien jaar. “In eerste instantie ben ik met een paar collega’s enkele lesdagen gaan organiseren die onmiddellijk door beroepsverenigingen werden geaccrediteerd. Dit werd direct een succes! Onze doelstelling is dat de deelnemers na afloop echt verrijkt naar huis gaan. We vinden het erg belangrijk dat er onderling contact gemaakt wordt. Docenten betrekken iedereen actief bij de lessen en zoeken de juiste combinatie tussen theorie, voorbeelden en oefeningen. We zijn ervan overtuigd dat door actief mee te doen, de lesdagen meer inspirerend en leerzamer worden. Ook vinden we juist het oefenen en de uitwisseling met collega's een duidelijke meerwaarde bieden ten opzichte van de nu in opkomst zijnde ‘thuisstudies’. Door met elkaar in contact te treden, ontstaan de beste discussies, inzichten en inspiraties die van toegevoegde waarde zijn op de bijscholing.”
 
Uitdaging
 
Het ontwikkelen van nieuwe bijscholingen werd een uitdaging op zich. “We werken daarom altijd samen met ervaren professionals. Als de docent inhoudelijk een goed verhaal heeft en deze is onderlegd in de theorie, dan helpen we met het ontwikkelen van het lesmateriaal tot een product dat aan alle gestelde eisen voldoet. Dit laatste is niet altijd even gemakkelijk, omdat het BivT zich in een unieke situatie tussen vele verschillende partijen bevindt. Zo zijn er meer dan tachtig(!) beroepsverenigingen die wij tot onze doelgroep rekenen, evenals koepelorganisaties en zorgverzekeraars waarmee we contact hebben. Deze organisaties hebben veelal hun eigen eisen die lang niet altijd goed zijn vastgelegd. Dit betekent dat we daarom continu met innovatie bezig zijn om zo onze lesdagen op hbo-niveau te krijgen.’’
 
De directeur zegt dat het ook van groot belang is dat het volgen van bijscholingsdagen betaalbaar blijft. “Dit brengt echter wel weer een hele andere uitdaging met zich mee, want lang niet alle beroepsverenigingen houden rekening met het feit dat er buiten hun eigen vakgebied nog een hele wereld aan andere complementaire en reguliere zorg plaatsvindt. Vaak wil iedereen een stukje van de taart terwijl dit absoluut niet ten goede komt aan de sector als geheel. Daarom zijn we continu bezig met slim proberen om te gaan met onze accreditaties en proberen we beroepsverenigingen aan te moedigen om zich voor hun accreditatie aan te sluiten bij een koepelorganisatie of deze te erkennen.”
 
Toekomst
 
Wat de toekomst van de complementaire zorg betreft, pleit René Veraar voor nog meer professionalisering en samenwerking met de reguliere zorg en de zorgverzekeraars. “Door het creëren van standaarden binnen de zorg is het ook makkelijker om deze afspraken te kunnen maken. Ook zou het niet misstaan om ons binnen de complementaire zorg meer te richten op effectiviteit van onderzoek. Hoe beter de effectiviteit van de behandelingen kan worden aangetoond, des te serieuzer zul je als partij kunnen mee doen in overleg met verschillende partijen.’’
 
Voor de Stichting RBCZ ziet de BivT-directeur een rol als onafhankelijke objectieve organisatie, die zich bezig houdt met de vertegenwoordiging van de therapeuten die vallen onder de aangesloten beroepsverenigingen. “Het is belangrijk dat ze goed onderhandelen met de zorgverzekeraars en daarmee een eenduidig beeld uitstralen. Ook het uitwerken van vraagstukken van beroepsverenigingen zelf en het helpen met opstellen van richtlijnen met betrekking tot accreditatie zien wij als een goede taak voor de RBCZ. En natuurlijk is de rol als onafhankelijk klacht- en tuchtrecht regeling een must.”

Tags: complementaire, beroepsverenigingen, zorg, bivt, samenwerking, reguliere, veraar