Complementaire zorg in de palliatieve zorg: een onmisbare aanvulling!

Sinds september 2012 heeft Hospice Roosdonck in Roosendaal haar deuren geopend. Het hospice telt 12  appartementen en richt zich op palliatieve behandeling en zorgverlening voor patiënten die zich al dan niet in de terminale fase bevinden. Dit betekent dat ook korte op­names mogelijk zijn voor het instellen van bijvoorbeeld pijnbehandeling. De specialist ouderengeneeskunde of de eigen huisarts is hoofdbehandelaar. Het verdere team be­staat uit een manager, verpleegkundigen, vrijwilligers en een geestelijk verzorger. Indien nodig kunnen andere dis­ciplines worden ingeschakeld. Grenzend aan het hospice bevindt zich een kennis en expertisecentrum. Hier worden scholingen gegeven en is ruimte voor ontmoeting van men­sen werkzaam in de palliatieve zorg.

Sinds de opening van Roosdonck is het team zich gaan verdiepen in ‘Complementaire Zorg’. Deze zorgvorm is letterlijk complementair aan de reguliere palliatieve zorg. Het is geen alternatieve behandeling, omdat complemen­taire zorg geen therapie is.1 Wij hanteren binnen onze zorg­verlening het begrip ‘Integrative Medicine’ en daarbinnen de ‘Integrative Care’ waarin we de patiënt benaderen als een holistisch mens, uitgaand van eenheid van lichaam, geest, ziel en de balans hierin.2 Er wordt binnen de com­plementaire zorg aandacht gegeven aan de fysieke, emotio­nele, mentale, sociale en spirituele behoefte van de patiënt. Uiteraard is het doel het welbevinden van de patiënt die palliatieve zorg behoeft, te bevorderen. Complementaire zorg binnen de palliatieve zorgverlening voegt naast de regu­liere zorg veel extra’s toe aan het leven dat zijn einde nadert en wil zo de kwaliteit van het leven bevorderen. De verpleeg­kundigen binnen ons hospice spelen hierin de hoofdrol.

Enkele verpleegkundigen hebben zich bijgeschoold op het gebied van complementaire zorg bij de Levensboom. Naast scholingen bij de ‘Levensboom’ hebben enkele verpleeg­kundigen zich ook geschoold bij het ‘van Praag instituut’ in Utrecht, waar een verdere verdieping is gekomen in het geprotocolleerd werken met complementaire zorg. De ken­nis en kunde hebben zij vervolgens gedeeld met het overige team, inclusief artsen, geestelijk verzorger en vrijwilligers. Zodra complementaire zorg wordt ingezet, wordt dit ook met de hoofd behandelend arts besproken. Dit is van belang om goed op de hoogte te zijn van de zorg die de patiënt wordt geboden en om eventuele interacties met palliatieve behandeling te voorkomen. Er is gekozen voor een beperkt aantal complementaire zorg­vormen binnen ons hospice, om eerst eens ervaring op te doen en te wennen aan deze zorg. Wij hebben gekozen voor aromazorg, massage en aquazorg.

aromazorg

2015-07-24_1306 Etherische oliën hebben invloed op het limbisch systeem, een gebied in de hersenen dat betrokken is bij emoties, motivatie en genot. Hier zit ook het emotioneel geheugen, waardoor een geur van lang geleden een heel sterk gevoel kan oproepen. Bij palliatieve patiënten, die vaak lichame­lijk verzwakt zijn, vindt er snel overprikkeling plaats voor bijvoorbeeld geur, geluid en/of aanraking. Voorzichtigheid is dan ook geboden. Goede scholing, een goed naslagwerk, goede rapportage en overleg is daarom belangrijk.

Veel patiënten staan open voor aromazorg. Het wordt inge­zet bij onrust, angst, slapeloosheid, moeizame verwerkings­processen, misselijkheid en benauwdheid. We zetten de etherische oliën pas in nadat er met patiënt en/of naasten is gesproken en er een goede anamnese is afgenomen. In de anamnese wordt gevraagd naar eerdere ervaringen met aromazorg, klachten worden uitgediept en verbonden aan bepaalde geuren. Het is erg belangrijk om te weten of er een geur is die weerstand oproept. Bijvoorbeeld olibanum (wierook) werkt rustgevend, maar kan een heel akelig ge­voel oproepen bij een mogelijk religieus verleden. En ook een geur als bergamot, wat ontspannend, rustgevend en vitaliserend werkt, kan vervelende associaties geven. Deze geur ruikt sterk naar de Eau de cologne 4711.

2015-07-24_1305 Na een goede anamnese wordt de aromazorg ingezet met een druppeltje olie op een tissue, een aantal druppels op een geursteentje of in een aromabrander. Het effect op de klachten wordt met de patiënt doorgenomen. Als de patiënt de geur als prettig ervaart wordt deze vaker ingezet. Dit kunnen vaste momenten op een dag zijn om klachten te voorkomen, of juist op vraag van de patiënt. Er wordt dage­lijks met de patiënt geëvalueerd en zo nodig worden geuren of inzetschema’s aangepast. Ook kan het gemengd worden met een basisolie voor hand- en/of voetmassage. We gebruiken aroma- inhalers bijvoor­beeld bij benauwdheid of misselijkheid. Bij benauwdheid kan een combinatie van eucalyptus en rozemarijn verlich­ting bieden. Een aantal druppels doen we in een kleine neusinhaler, de patiënt kan dit vervolgens zelf toedienen door het aan de neus te zetten en te inhaleren.

hydrozorg

Het werken met hydrozorg kan ook erg weldadig zijn. Al­leen een voetbad, met of zonder etherische olie, kan al een heel ontspannen gevoel geven en veel rust geven zonder dat het erg belastend is voor de patiënt.

Mevrouw P is een hoogbejaarde dame die in het hospice is opge­nomen met onrust, verwardheid en achterdocht. Hierdoor is zij haar medicatie gaan weigeren. Zij is grotendeels immobiel en delirant, met als lichamelijke oorzaak obstipatie. De ingezette complementaire zorg, in deze situatie een ‘koele buikwassing’ blijkt erg effectief, is niet belastend en werkt zelfs rustgevend.

De koele buikwassing is een vorm van aquazorg en wordt toegepast bij obstipatie. Het is een simpele handeling die weinig tijd kost, maar vaak een groot effect heeft. Met een washand met koud water worden ronddraaiende bewe­gingen gemaakt over de buik, met de klok mee. Daarna wordt de patiënt warm toegedekt, waarbij hij/zij vervolgens 20 minuten op bed blijft liggen. Het effect op het krijgen van ontlasting is in veel situaties erg goed. Daarnaast blij­ven patiënten ook laxantia gebruiken, onder andere bij het gebruik van opioïden. Hydrozorg is een aanvulling op de therapie, het vervangt deze niet.

massage

2015-07-24_1111 In de terminale fase van het leven, met name in de laatste dagen voor het sterven is mondeling contact met de pati­ënt vaak niet mogelijk of sterk verminderd. Echter, zonder woorden kan toch een diep menselijk contact ontstaan door bijvoorbeeld een hand en/of voetmassage. Je bent daarmee letterlijk dichtbij, er is contact en het samenzijn wordt daar­mee van waarde en kan geborgenheid en troost geven. Een goede massage geven is iets dat je moet leren. Onze ver­pleegkundigen zijn hierin geschoold en leren het weer aan elkaar en aan bepaalde vrijwilligers die hier voor open staan. We kiezen er dus voor dat niet iedereen zo maar gaat mas­seren zonder voorkennis van massagetechnieken. Ook de behandelend artsen worden hiervan op de hoogte gebracht, zodat overleg kan plaatsvinden over de massagegebieden en eventuele gebieden die niet gemasseerd moeten worden in verband met bijvoorbeeld tumorgroei. Het resultaat van de complementaire zorg wordt gerap­porteerd en wordt wekelijks in het MDO besproken. Op deze manier weet de behandelend arts welke vormen van complementaire zorg worden gebruikt. Patiënten zijn zeer te spreken over de complementaire zorg. Uiteraard speelt aandacht hebben voor de klachten van de patiënt hier­bij een rol, met name door de anamnese en aanvankelijk voorzichtige inzet van bijvoorbeeld aromazorg. Als naslag­werk gebruiken wij het boek van Madeleine Knapp-Hayes: ‘Complementaire zorg in de palliatieve zorgverlening’. Ook hebben we het boek ‘Inleiding in de complementaire zorg’ van Martine Busch et al in ons bezit. Dit is een erg compleet naslagwerk aangaande complementaire zorg.

Complementaire zorg is altijd maatwerk binnen deze kwetsbare groep patiënten. Het vraagt om een zorgvuldige inzet, maar is voor ons bijna niet meer weg te denken bin­nen de palliatieve zorg die wij geven. Het verrijkt onze zorg­verlening en gaat goed samen met de traditionele zorg. Een gedegen bijscholing voor de verpleging en verzorging is wel een voorwaarde om complementaire zorg in te zetten. Voor de specialist ouderengeneeskunde is een verdieping in het onderwerp interessant als deze frequent werkt met patiën­ten die complementaire zorg ontvangen.

literatuur

1                    Richtlijn Complementaire zorg: IKNL handboek, versie 2.0, 2009 M.E.H. Busch et al.

2                    Complementaire zorg in de palliatieve zorgverlening, 2013 M. Knapp Hayes- Wellhüner

Tags: