Mens achter de therapeut, Helena Koetje:
‘Hoe kleiner de prikkel, hoe beter’
Toen haar eerste echte cliënt tegenover haar zat, vond Helena Koetje dat behoorlijk spannend. Tijdens haar opleiding had ze al veel geoefend en mensen begeleid, maar dit voelde anders. Deze cliënt kwam niet voor een studieopdracht. Ze kwam met een hulpvraag en verwachtingen.
“Ik was natuurlijk echt als de dood”, vertelt Helena lachend. “Ik dacht alleen maar: dit moet goed gaan.”
De cliënt had weinig energie. Helena had zich uitgebreid voorbereid en verschillende mogelijke richtingen onderzocht. Na twee consulten gaf de vrouw aan dat ze zich veel beter voelde. Voor Helena was dat precies de bevestiging die ze op dat moment nodig had.
“Toen dacht ik: oké, dit kan ik. De manier waarop ik denk en de dingen waarmee ik werk, kunnen dus echt iets voor iemand betekenen.”
Kijken naar het hele verhaal
Helena is dertig jaar, woont in Rotterdam en werkt sinds twee jaar als natuurgeneeskundig therapeut. In haar praktijk kijkt ze niet alleen naar de lichamelijke klacht waarmee iemand binnenkomt. Ook de mentale, emotionele, sociale en spirituele kanten van iemands leven krijgen aandacht.
“Je probeert een totaalbeeld te krijgen van waar iemand op dat moment staat en waarom.”
Dat begint met vragen. Veel vragen. Over klachten en gezondheid, maar ook over voeding, stress, emoties, gevoeligheid voor prikkels en gebeurtenissen in iemands leven. Daarnaast werkt Helena onder andere met iriscopie en elektroacupunctuur. De informatie uit die verschillende onderdelen legt ze naast elkaar.
Voor Helena draait het daarbij niet om één losse meting of methode. Haar vakkennis blijft het uitgangspunt. De aanvullende metingen helpen haar om verbanden te onderzoeken, nieuwe vragen te stellen en mogelijke keuzes te toetsen.
“Vaak bevestigt een meting iets waar ik zelf al aan dacht. Maar soms komt er een combinatie uit die ik niet had verwacht. Dan ga ik verder vragen en komt er informatie op tafel die eerder nog niet naar voren was gekomen.”
Juist dat verzamelen van informatie vindt ze een van de interessantste onderdelen van haar werk. Niet om zo veel mogelijk gegevens te verzamelen, maar om samen met de cliënt te ontdekken welke richting op dat moment passend kan zijn.
Niet alle wegen tegelijk bewandelen
Helena omschrijft zichzelf als ambitieus. Zeker toen ze net begon, wilde ze graag veel voor haar cliënten betekenen. Soms betekende dat ook dat ze te veel tegelijk wilde doen.
“Er zijn altijd meerdere wegen naar Rome. In het begin wilde ik het liefst al die twintig wegen inzetten. Maar dat werkt niet.”
Bij een van haar cliënten ging de aanpak daardoor te snel. De vrouw raakte overprikkeld. Het was geen fijne ervaring, maar wel een belangrijke les. Helena realiseerde zich dat meer doen niet automatisch tot een beter resultaat leidt.
“Nu kijk ik veel meer naar de kleinste prikkel die iemand nodig heeft. Als het kleinste werkt, waarom zou je dan meer doen?”
Daarom besteedt ze tijdens een gesprek ook aandacht aan de manier waarop iemand op prikkels reageert. Wat doet geluid met iemand? Hoe reageert het lichaam op bepaalde voeding? Wat kost energie en wat geeft juist energie? De antwoorden helpen haar om de begeleiding rustig op te bouwen.
Opschalen kan altijd, legt Helena uit. Terug moeten schakelen nadat iemand klachten of overprikkeling ervaart, is lastiger. Niet alleen lichamelijk, maar ook omdat het iets kan doen met het vertrouwen van de cliënt.
“Als iemand het vertrouwen verliest, raak je diegene misschien een beetje kwijt. Terwijl iemand wel open moet kunnen blijven staan voor wat er gebeurt.”
Het lichaam als onderdeel van het gesprek
Met elektroacupunctuur meet Helena punten op de vingers die binnen deze methode gekoppeld worden aan meridianen en orgaansystemen. De cliënt houdt daarbij een koperen staafje vast, terwijl Helena met een meetpen verschillende punten langsgaat. Vervolgens kan ze middelen aan het meetcircuit toevoegen en bekijken hoe de waarden reageren.
Ze gebruikt de uitkomst niet als vervanging van haar eigen kennis, maar als een extra bron van informatie. Soms is de meting duidelijk, soms minder. In dat laatste geval valt ze terug op wat ze tijdens haar opleiding heeft geleerd en op wat uit het gesprek naar voren komt.
“Ik heb verschillende mogelijkheden in mijn hoofd. De meting helpt me om te onderzoeken welke mogelijkheid op dat moment het beste bij iemand lijkt te passen.”

Die werkwijze past bij de manier waarop Helena naar gezondheid kijkt. Niet iedereen reageert hetzelfde en een vergelijkbare klacht hoeft volgens haar niet bij iedereen dezelfde achtergrond te hebben. Daarom wil ze voorkomen dat ze automatisch een vaste oplossing aan een klacht koppelt.
Die werkwijze past bij de manier waarop Helena naar gezondheid kijkt. Niet iedereen reageert hetzelfde en een vergelijkbare klacht hoeft volgens haar niet bij iedereen dezelfde achtergrond te hebben. Daarom wil ze voorkomen dat ze automatisch een vaste oplossing aan een klacht koppelt.
Specialiseren door te blijven volgen
Op dit moment werkt Helena nog met een brede groep cliënten. Toch begint zich langzaam een richting af te tekenen waarin ze zich verder wil verdiepen: het spijsverteringsstelsel.
Ze merkt dat dit onderwerp bij veel van haar cliënten terugkomt en vindt het zelf bijzonder interessant. In de toekomst wil ze zich daarnaast verder richten op huidklachten en gezondheidsvragen van vrouwen.
“Ik probeer een beetje het pad te volgen dat zich in mijn praktijk laat zien. Ik ben er nog niet helemaal, maar die specialisatie komt eraan.”
Lichamelijk en emotioneel zijn niet los van elkaar te zien
Een vooroordeel dat Helena regelmatig tegenkomt, is dat natuurgeneeskunde weinig tastbaar zou zijn. Zelf kijkt ze juist heel gericht naar lichamelijke processen, belastbaarheid en de onderlinge samenwerking tussen verschillende systemen in het lichaam.
Tegelijkertijd vindt ze dat lichamelijke en emotionele processen niet volledig van elkaar los kunnen worden gezien. Een periode van stress, verdriet of frustratie kan volgens haar invloed hebben op hoe iemand zich lichamelijk voelt. Daarom vraagt ze niet alleen waar iemand pijn heeft, maar ook wat er in diens leven speelt.
Ze verwijst daarbij naar bekende uitdrukkingen als ‘iets op je lever hebben’, ‘ergens mee in je maag zitten’ of ‘veel op je schouders dragen’.
“Vaak is het een combinatie van dingen. Je probeert samen te onderzoeken: waar ligt bij jou de kern? En waar kunnen we beginnen?”
Ervaring maakt rustiger
Na twee jaar in haar eigen praktijk weet Helena dat ze niet meteen alle antwoorden hoeft te hebben. Soms wordt de kern snel duidelijk, soms zijn meerdere consulten nodig. Ook heeft ze geleerd dat zorgvuldig werken niet betekent dat ze zo veel mogelijk moet inzetten.
De angst die ze bij haar eerste cliënt voelde, heeft inmiddels plaatsgemaakt voor meer vertrouwen. Niet omdat ieder traject hetzelfde verloopt of omdat ze nooit meer twijfelt, maar omdat ze weet dat ze kan blijven observeren, vragen en bijsturen.
Haar belangrijkste les tot nu toe klinkt eenvoudig: begin klein.
“Je blijft ervaring opdoen en komt onderweg dingen tegen. Daardoor weet je de volgende keer beter wat iemand nodig heeft. Hoe kleiner de prikkel, hoe beter.”
“De zorg voor ons allemaal is wat ons verbindt en sterker maakt”



Deel dit bericht
Terug naar overzicht