RBNG-sector Psychosociaal bespreekt eisen met Menzis

De sector Psychosociaal van RBNG heeft onlangs uitvoerig met Menzis gesproken over onder meer opleidingseisen en accreditaties. Anneke Dorrestein, een van de coördinatoren gaf tijdens het laatste voorzittersoverleg van de Stichting RBNG/TBNG een presentatie over de resultaten van dit gesprek.
 
“Menzis is voor helderheid en transparantie van de opleidingen en wil de kwaliteitszorg van de complementair therapeuten definiëren. Daarom wil Menzis de opleidingen door externe accreditatie-instellingen laten controleren in plaats van door beroepsverenigingen. Dit geeft een onafhankelijk beeld. Menzis wil niet alleen de psychosociale en medische basiskennis extern laten accrediteren, maar ook de vakopleiding”, zei ze onder meer.
Volgens de coördinator is Menzis bereid om het beleid hierop af te stemmen met beroepsverenigingen, die ook kwaliteit willen bieden. “Wij (de beroepsverenigingen) delen met Menzis de zorg voor kwaliteit van de zorg.”
 
Anneke Dorrestein deelde verder mee dat samenwerking tussen verenigingen door Menzis van harte wordt toegejuicht en dat Menzis pleit voor één onafhankelijk register conform het BIG-register. Ze gaf verder uitleg over de eisen van Menzis ten aanzien van vakopleiding, studiebelastinguren en andere zaken die aan de orde zijn gekomen. “Menzis bepleit een volledig onafhankelijk opererend accreditatie-instituut voor het vaststellen van een (post)hbo-niveau met een eenduidige aanpak.”
 
Aan de orde kwam verder de haalbaarheid van het verkrijgen van bewijs voor psychosociale basiskennis per 1 januari 2015 en de mededeling van Menzis dat deze organisatie de ontwikkelingen volgt en bereid is tot bijstellingen, als zou blijken dat deze datum niet haalbaar is.
 
In het gesprek met Menzis heeft de Sector ook nog een aantal andere punten ter sprake gebracht. “Als een opleiding nu door een extern instituut geaccrediteerd wordt, geldt dat alleen voor de huidige opleiding. Hoe ga je hier mee om voor alle andere therapeuten die deze nu geaccrediteerde opleiding hebben gevolgd? Menzis gaf aan dat voor de Sector Psychosociaal de accreditatie ook mag gelden voor de oudere gelijkende opleiding. De beroepsverenigingen dienen hier op toe te zien dat dit overeenstemt met het huidige niveau. De beroepsverenigingen screenen immers ook op na- en bijscholing”, aldus Anneke Dorrestein. Ten slotte deelde ze mee dat Menzis een EVC-traject ziet als een geldig bewijs voor het bezit van psychosociale basiskennis.
 
 
Hypnotherapeut
 
Anneke Dorrestein, die sinds enige tijd actief is binnen RBNG als coördinator is zelf werkzaam als hypnotherapeut. “Ik heb een driejarige opleiding gevolgd bij het Instituut voor toegepaste Hypnotherapie, de voorloper van de Nederlandse Academie voor Psychotherapie.
Een gedegen opleiding”, vertelt ze.
 
Na haar middelbare school ging ze naar de Sociale Academie en werkte onder meer in de psychiatrie. “Al snel concludeerde ik dat ik niet in de reguliere hulpverlening wilde werken. Ik was verbaasd over hoe hier met mensen werd omgegaan.” Na de academie ging ze als leidinggevende aan de slag bij een Stichting Maatschappelijke Dienstverlening.
 
“ Ik was 23, begeleidde en coachte gezinsverzorgsters en kreeg de gezinnen met bijzondere problematiek. Ik vond voor goede hulp aan hen geen gehoor bij huisartsen en maatschappelijk werkers. De problematiek die ik signaleerde, zoals seksueel misbruik en incest, was in die tijd nog niet maatschappelijk erkend. In zo’n positie werken vond ik zwaar. Ik verliet het vak en ging een universitaire studie volgen. Iedereen verwachtte dat ik psychologie zou kiezen. Maar het werd Culturele Antropologie, of niet westerse sociologie, aan de UvA.”
 
 
Onderzoeker
 
Na mijn studie ging ik werken als onderzoeker bij een soort provinciaal SCP. Ze vervolgt: “Ik heb genoten van mijn werk daar. In die tijd was alles in ontwikkeling en kon je veel onderzoeken en met actoren om de tafel zitten om de resultaten te bespreken en er iets mee te doen. Het onderzoek ging altijd om kwetsbare groepen in de samenleving en betrof verschillende thema’s. Ik combineerde kwalitatief onderzoek met kwantitatief onderzoek.
En toch bleef er iets knagen. Ik miste het individuele contact. Op een dag bladerde ik de krant en zag een advertentie van de hypnotherapie opleiding (ITH) en ik wist meteen: dit is het.
En daar heb ik een vak geleerd, terwijl ik een reguliere erkende hbo-opleiding in de mens sociale vakken heb gehad. Niet voor niets moet ik lachen om de eis van psychosociale basiskennis en dat je die hebt als je een hbo- bachelor opleiding hebt gevolgd.
De opleiding leerde me naar een klacht van iemand te kijken, de structuur ervan te zien, en ook een interventierepertoire te hebben.”
 
Ze koos er voor lid te worden van de beroepsvereniging VIT (Vereniging van Integraal Therapeuten) en niet te kiezen voor een hypnotherapievereniging. “Dat deed ik heel bewust. Het ging mij niet alleen om de behandelingswijze, maar ook om de visie op de mens en op goed hulpverlenerschap. De visie van de VIT sloot bij mij aan.”
 
Communicatie
 
Gekozen door deelnemers van de sector, samen met John Stolvoort, ging ze aan het werk als coördinator. Anneke Dorrestein legt uit waarom: “Ik vond dat er te veel ruis zat in de communicatie tussen RBNG en verenigingen.
Die zou er niet moeten zijn. Daarvoor zijn de ontwikkelingen te belangrijk. We hebben onze energie en denkkracht nodig om goed op die ontwikkelingen in te spelen. Die moeten we niet verspillen aan iets anders. Ik vond het daarom noodzakelijk om een goede communicatie tot stand te brengen. ”
 
Ze zegt dat psychosociale hulpverlening op vele manieren gegeven kan worden. “Het gaat erom dat iemand in zijn leven vastloopt, niet verder kan, blokkeert en zoekt naar hulp om daar uit te komen. Dat kan zich beperken tot een bepaald gebied in zijn leven, het kan ook een breder terrein beslaan. Meestal zijn dit klachten op het psychosociale vlak. Soms kan de ingang een lichamelijke klacht zijn, waarvoor geen medische oorzaak is aan te wijzen, en zoekt men naar een mogelijke andere oorzaak.”
 
Volgens Anneke Dorrestein onderscheiden de vele beroepsverenigingen in deze sector zich door de soort interventies die zij als hulpverlener beschikbaar hebben, c.q. toepassen en door de visie die zij hebben op de mens, op zijn klacht. “De visie kan de interventie die toegepast wordt, bepalen. De visie bepaalt eveneens de houding naar de cliënt en de interpretatie van zijn klacht. Eén ding hebben alle hulpverleners in de psychosociale sector gemeen, ze benaderen de persoon met een klacht als een gezond persoon die een klacht heeft. En niet als een persoon die de klacht is”, zegt ze ten slotte.
 
 
 
 
 

Tags: menzis, opleiding, psychosociale, klacht, beroepsverenigingen, dorrestein, sector, anneke, visie