Sinus Jonker nieuwe adviseur RBNG/TBNG

Sinus Jonker (57), oud-voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Reflexzone Therapeuten (VNRT), is aangetrokken als nieuwe adviseur van de Stichting RBNG/TBNG. Hij is bepaald geen onbekende binnen de complementaire sector en heeft uitgesproken ideeën over onderwerpen die het veld momenteel bezig houden. Sinus Jonker volgde zelf een groot aantal opleidingen en was ook werkzaam in de reguliere zorg. Over de pogingen van de complementaire sector om meer erkenning te krijgen zegt hij: “De belangrijkste erkenning komt natuurlijk van de cliënt. De therapeuten zijn hun eigen visitekaartje. Als die goed zijn opgeleid, voldoen aan regels zoals bijscholing, intervisie, voorlichting aan cliënten, gedragscodes etc. en met passie behandelen, dan zal het aantal cliënten in de complementaire sector vanzelf groeien.”
 
De nieuwe adviseur is door zijn bestuurswerk voor onder meer de VNRT regelmatig in contact gekomen met andere beroepsverenigingen. Hij kent de mensen en weet wat er speelt in het complementaire veld. Bij RBNG/TBNG gaat hij zich in eerste instantie bezighouden met het beoordelen van websites van nieuwe therapeuten. “Ik heb een protocol gemaakt om websites te beoordelen. Je zou het een visuele visitatie kunnen noemen. Het gebeurt regelmatig dat therapeuten uit de zorggids verwijderd worden door zorgverzekeraars naar aanleiding van verkeerde of misleidende informatie die op de website gevonden wordt. De beroepsvereniging of de koepel wordt dan gebeld door de therapeut met de vraag wat er aan de hand is. Vanuit RBNG/TBNG wordt er dus een schakel tussen gezet om misstanden te voorkomen. Dit is in het belang van de koepel, de beroepsvereniging, de therapeut en natuurlijk ook voor de cliënt”, zegt hij.
 
Opleidingen
 
Sinus Jonker volgde aanvankelijk de opleiding Verpleegkundige-B. “Dat was nog in de beginperiode van de psychiatrie, waar shocktherapie een normale gang van zaken was. Eind jaren zeventig ging ik naar Amsterdam voor de opleiding tot hematologisch laborant en daarna mbo-opleiding klinisch-chemisch analist en volgde Hoger Laboratorium Onderwijs hematologie aan de Hoge School van Utrecht”, aldus de nieuwe adviseur.
 
Hij werkte een aantal jaren als subhoofd op een laboratorium in een groot ziekenhuis in Amsterdam. “Daar maakte ik de verandering mee van zorg voor de patiënt naar zorg voor financiën en budget.”
Midden jaren negentig genoot hij de opleiding reflexzonetherapie en startte in de avonduren een praktijk voor reflexzonetherapie. In 2003 begon hij ook nog met de studie toegepaste psychologie met als eindrichting counseling en mediation. In 2008 haalde Sinus Jonker zijn bachelor diploma en begon met de praktijk Feet Your Mind. Daar zegt hij over: “Ik pas daar een combinatie toe van complementaire- (reflexzonetherapie, Bach Bloesem), en reguliere zorg (psychologie, mindfulness).”
 
Speerpunten
 
Hij was dus een aantal jaren voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Reflexzone Therapeuten (VNRT). “Naast het voorzitterschap was ik contactpersoon in het bestuur voor de commissies externe contacten, bijscholing, opleiding, onderzoek en districten. Mijn speerpunten waren: volle praktijken voor degenen die dat willen en onderzoek naar de werking van reflexzonetherapie. De VNRT is een sterke vereniging waar dingen goed geregeld zijn. Ik hoop dat ik als voorzitter de vereniging nog iets sterker heb gemaakt.”
 
 
Het eerste contact met RBNG/TBNG ontstond toen hij voorzitter was van de VNRT. Hij zegt daarover: “VGZ (toen UVIT) stelde de eis dat therapeuten van beroepsverenigingen alleen nog een vergoeding zouden krijgen als men zich als beroepsvereniging aansloot bij een koepelorganisatie. Voor het bestuur een hectische periode waarin we op korte termijn een beslissing moesten nemen en er veel geregeld moest worden. De RBNG leek ons de beste optie en daar hebben we ook voor gekozen. Nadat ik mijn bestuursfunctie bij de VNRT had neergelegd kreeg ik na verloop van tijd toch weer de kriebels om iets te doen voor de complementaire sector. Ik had het gevoel dat ik nog niet klaar was en iets moest zoeken waar ik mijn ideeën en mijn interesse voor de complementaire zorg kwijt kon. Al snel kwam de gedachte op RBNG/TBNG.”
 
Hart
 
Hij voegt daaraan toe: “Mijn gevoel zegt dat daar mensen zitten, die echt vanuit het hart werken voor de complementaire zorg. Natuurlijk is het in het begin niet zo gegaan zoals het zou moeten, ik heb dat als bestuurslid vaak ervaren. De communicatie was niet optimaal vanuit de RBNG/TBNG. Niet verwonderlijk als je van de ene op de andere dag er duizenden therapeuten bij krijgt als organisatie. Inmiddels is de communicatie sterk verbeterd en ik hoop daar ook een bijdrage aan te leveren.”
 
Sinus Jonker ziet de RBNG/TBNG als een schakel tussen beroepsverenigingen en therapeuten aan de ene kant en zorgverzekeraars, politiek en maatschappij aan de andere kant. “Een overkoepelende organisatie komt op voor de belangen van alle aangesloten verenigingen en therapeuten, maar ook voor de belangen van de cliënt. Het tuchtrecht is hier een belangrijk onderdeel van. Een register van therapeuten met een beschermde titel die een waarborg is van kwaliteit, geeft duidelijkheid en maakt het eenvoudiger om als overkoepelende organisatie in gesprek te gaan met zorgverzekeraars, inspectie en het ministerie van WVS.”
 
Hoe kijk je aan tegen de sector in het algemeen en wat moet er gebeuren om de complementaire sector de aandacht en erkenning te geven die het verdient?
 
Sinus Jonker: “De laatste jaren is er een sterke ontwikkeling geweest in het complementaire veld. De aandacht is vooral gericht op (basis)opleiding en kwaliteit van de therapeut. Dat is een goede zaak. Het kaf moet van het koren gescheiden worden. De eis van zorgverzekeraars om als therapeut op hbo-niveau te werken vind ik terecht. Als je met cliënten omgaat die lichamelijke en/of psychische klachten hebben, is dat toch wel een minimale vereiste. Ik ben dan ook geen voorstander van een mbo-register. Beroepsverenigingen hebben jarenlang gestreden voor een hoog niveau van hun therapeuten om zo erkenning te krijgen en dat moet je niet gaan terugdraaien. Gelukkig komt er na jaren
onzekerheid, langzaam aan duidelijkheid over de invulling van de opleiding en wie er mag gaan accrediteren.”
 
Erkenning
 
Erkenning vanuit het reguliere veld zal volgens hem ook in de toekomst lastig blijven. “De sector gaat uit van een ander paradigma. Evidence Based Practice is voor de meeste therapieën in de complementaire sector gewoon niet mogelijk. Toch ben ik voorstander van onderzoek die zo dicht mogelijk hier in de buurt komt. De afgelopen jaren is de meeste aandacht van beroepsverenigingen en koepels gegaan naar de zorgverzekeraars. Dat was nodig, maar nu er duidelijkheid komt over de eisen, is het naar mijn mening tijd om de aandacht te verleggen. Zoals ik eerder aangaf is de beste aandacht en erkenning die je kunt krijgen, die van de cliënt. Maar hoe bereik je die het beste? Via de huisartsen! Zij zijn de poortwachters en meestal het eerste contact van de cliënten. Als huisartsen meer gaan doorverwijzen naar het complementaire veld, zal het veld vanzelf groeien. Dit lukt niet als een individuele therapeut af en toe een foldertje neerlegt bij een huisartsenpraktijk, dit moet groots aangepakt worden. Hoe? Daar zullen we over moeten brainstormen.”
   
Bezuinigingen
 
Sinus Jonker is er ook van overtuigd dat de complementaire sector een factor kan zijn bij de bezuinigingen in de zorg. Hij zegt daar ten slotte over: “Waar ik regelmatig tegen aanloop in mijn praktijk, maar ook in mijn naaste omgeving is dat het zo lang duurt voordat men geholpen wordt. Als iemand vandaag een paniekaanval krijgt of vage buikklachten heeft, wil diegene graag nu geholpen worden. Vaak gebeurt het dat men drie maanden later terecht kan bij een psycholoog of een internist waarna vaak vele dure onderzoeken volgen. In de tussentijd blijft de cliënt met onzekerheden zitten en meldt zich vaak ziek op het werk. Als zo`n cliënt dan terecht kan bij een therapeut in de complementaire sector heeft dat vele voordelen. De cliënt krijgt aandacht en voelt zich begrepen. Door de holistische benadering van de therapeut komen er misschien dingen naar voren waardoor de klachten en de hulpvraag duidelijker worden en hieraan gewerkt kan worden. Het gevolg kan zijn dat de klachten verdwijnen of verminderen, zodat de cliënt weer kan functioneren en zich niet meer ziek hoeft te melden. Is dit niet het geval dan is doorverwijzing naar duurdere hulpverlening (die al gepland stond) de volgende stap.”
 

Tags: complementaire, therapeuten, sector, cliënt, rbng, opleiding, jonker, therapeut, sinus